donderdag 21 mei 2015

Latijn leren in het Latijn

Als je als volwassene vrijwillig Latijn gaat leren, moet je erop voorbereid zijn dat je je (helaas) nogal eens voor deze keus moet verdedigen. Want waarom zou iemand anno 2015 nog Latijn willen leren? Het is een dode taal, niemand spreekt het nog, je hebt er niks aan. Hoewel ik 'omdat ik dat leuk' vind reden genoeg vind, kan ik ook de andere tegenwerpingen eenvoudig weerleggen. Ten eerste is het Latijn helemaal niet dood! Er is een internationale gemeenschap van mensen die nog steeds actief Latijn spreekt en schrijft. Ten tweede heb je dankzij de kennis van het Latijn toegang tot de klassieke literatuur in de oorspronkelijke taal en kun je tijdens een citytrip in Rome zelfstandig de inscripties lezen. En ten derde, een voor mij heel zwaarwegende reden: veel moderne talen, waaronder het Frans, het Italiaans, maar ook het Engels en het Nederlands, zijn schatplichtig aan het Latijn, waardoor het gemakkelijker is om deze moderne talen te leren en te begrijpen. Verder helpt kennis van de klassieke oudheid om je eigen cultuur beter te begrijpen. Je weet bijvoorbeeld waar de namen van de dagen van de week en de maanden van het jaar vandaan komen.

Sinds 2007 heb ik diverse pogingen ondernomen om Latijn te leren, die alle vroeg of laat strandden. En ik was altijd weer van plan om weer opnieuw te beginnen, maar zag er enorm tegenop om me weer door al die uitgangen te moeten worstelen. Tot ik in 2014 door een kennis op Classica Nova gewezen werd, een cursus waarin gewerkt wordt met de methode Lingua Latina Per Se Illustrata (LLPSI) van Hans ├śrberg. Ik ben gaan googlen en raakte meteen enthousiast. In LLPSI vond ik namelijk wat ik miste in andere methoden:
1) Je leert de grammatica 'vanzelf', door veel te herhalen en door de taal actief te gebruiken. Rijtjes stampen is er dus niet meer bij. Zelf vind ik het wel prettig om schema’s te maken van de grammatica, maar het is niet te vergelijken met het oude ‘stampwerk’.
2) Je wordt gestimuleerd in het Latijn te denken. Je raakt cognitief dus niet overbelast, doordat je in de ene taal over de andere taal moet nadenken.
3) Je leert het Latijn actief te gebruiken. Het

leek mij juist altijd zo gaaf om zelf Latijn te schrijven in plaats van het ‘alleen maar’ te vertalen naar het Nederlands. Alleen de inleiding van het boek is in het Engels, verder is alles in het Latijn. Ook tijdens de lessen wordt zo veel mogelijk uitgelegd aan de hand van het Latijn zelf. Wil je bijvoorbeeld weten wat foedus betekent? Dan krijg je te horen dat dat het tegenovergestelde is van pulcher of formosus (mooi). Je merkt nu zelf al dat dat werkt, want je weet nu wat foedus betekent zonder dat ik dat gezegd heb.

De betekenis van woorden wordt aan de hand van onder
andere plaatjes uitgelegd.
Inmiddels heb ik er 10 lessen (en 8 hoofdstukken van deel I van LLPSI: Familia Romana) op zitten en ik ben nog steeds net zo enthousiast als in het begin, zo niet enthousiaster. Het is namelijk heel gaaf om te merken dat het steeds wat beter en soepeler gaat en de lessen bij Classica Nova zijn ontzettend leuk en afwisselend. We schrijven zelf korte verhaaltjes, voeren toneelstukjes op voor de groep, bekijken filmpjes waarin de personages uit het boek terugkomen, en Otto (Octavus) neemt van alles mee om te gebruiken in de les. Zo heeft hij altijd een lineam ‘margaritarum’ (ketting met ‘parels’) en een sacculum (zakje) nummorum (met muntjes) en een anulum (ringetje) bij zich. Verder fluit hij ons terug als we te snel dreigen te gaan en is hij nooit te beroerd om een extra oefening te maken bij het bestaande materiaal.

Echt actief Latijn leren beheersen is een langetermijnplan, daar ben je niet in een jaartje klaar mee. Maar ik ben ervan overtuigd dat als je dat ├ęcht wilt en bereid bent er wat tijd in te steken, dat je dan bij Classica Nova in Leiden aan het goede adres bent. Als je in het Gooi woont, kun je bij Addisco terecht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten